Geschiedenis van de tuin:

Toen wij in 1998 het plan opvatten om de binnenstad van Amsterdam te verruilen voor een woning in het groene IJsselland, de Veluwe of zelfs richting Achterhoek, droomden we van een huis waar een oude tuin omheen zou liggen waarin vorige eigenaren al tientallen jaren hun liefde en energie hadden geïnvesteerd. Dat bleek niet zo eenvoudig te zijn… Het was de periode dat vrijwel alle soorten huizen als warme en kostbare broodjes over de toonbank gingen, en bovendien bleken huizen met fraaie en doorleefde tuinen vrijwel niet of voor ons onbetaalbare prijzen aangeboden te worden.

Het roer moest om. We richtten ons vervolgens op een mooie plek: het huis en de tuin moesten we dan maar zelf en naar eigen idee omvormen. Toen we uiteindelijk een fraaie locatie vonden, stond daarop een huis waarvan de meerderheid van onze familie en vrienden, en wijzelf eigenlijk ook, nou niet bepaald gecharmeerd waren. Wanneer zij het geheel aanschouwden dat wij gekocht hadden, volgde er steevast een formulering in de trant van ‘Ja, een prachtige plek’ en je hoorde ze denken ‘Hoe komen ze erbij dat huis te kopen’…. Wij waren echter al druk aan het schetsen en tekenen geslagen om huis en tuin ( toen 1650 m2) naar onze smaak te ‘verbouwen’. Toen onze voorstellen eenmaal door een architect en een tuinontwerper in technische tekeningen en plaatjes waren vertaald, wisten we zeker dat het goed ging komen.
 

In maart 1999 gingen de bouwvakkers aan de slag en ontstond een waar slagveld aan de Huzarenlaan 2. Wat er van de bestaande tuin nog over was (en dat was niet veel), werd nu door de bouwactiviteiten helemaal geruïneerd en duidelijk was dat de tuin helemaal vanaf het nulpunt door ons diende te worden aangelegd.  Groot voordeel was dat de plek door mooi geboomte omzoomd was, waardoor een prachtig groen kader al aanwezig was.


In juli betrokken we ons ‘nieuwe’ huis en kon ook langzaam begonnen worden met het ‘tuinrijp’ maken van de grond. Een van de eerste klussen was het rigoureus terugsnoeien, kappen of verplaatsen van veel rhodondendrons die een groot deel van het terrein hadden overwoekerd. Een aantal mocht blijven om zo voor een natuurlijk en golvend kader voor de tuin te dienen. Hoog opgesnoeid bleken sommige struiken een uitstekend prieel te vormen.


In de zomer werd ook meteen de bestrating (paden en nieuwe oprit) in orde gemaakt; daardoor kwam er meteen structuur in het geheel.

 

In het najaar van 1999 werd de tuin aangelegd: gazons kregen vorm, de vijver zijn plek en in november werd het geheel voorzien van een royale beplanting.  Nou ja royaal…wel qua aantal en soorten…maar alles natuurlijk nog minimaal. Om de aanplant ook nog het volgend voorjaar te kunnen herkennen lieten we de kaartjes bij de planten staan waardoor de tuin een soort kunstwerk van witte plantenlabels leek. We hadden planten gekozen die in deze omgeving en op deze van nature arme bosgrond zouden moeten doen.


De kop was eraf en wij konden onze grote hobby gaan uitbouwen. Uitgangspunt was en is dat de karakters van huis, tuin en eigenaren op één lijn horen te liggen, waardoor een in alle opzichten harmonieus geheel zou kunnen ontstaan. Vooral de natuurlijke, bosachtige omgeving met veel hoge bomen was daarbij bepalend. Omdat we door hoog geboomte omringd waren, wilden we in onze tuin juist een bepaalde openheid. Zichtlijnen dienden zo lang mogelijk te zijn, maar toch mocht de tuin ook weer niet in eenmaal te overzien zijn. Openheid en beslotenheid vormden zowel de doelstelling als de uitdaging. We wilden verschillende sferen, maar die moesten wel fraai en geleidelijk in elkaar overlopen om uiteindelijk één geheel te vormen.

Het was hard maar dankbaar werken. De natuur in al zijn grilligheid laat niet met zich spotten en als tuinierder kun je je maar beter bij die natuur neerleggen, dan te gekunsteld proberen deze te weerstreven. We maakten fouten en zelfs blunders, wilden natuurlijk toch weer planten die het hier niet doen, ontdekten dat alle mogelijke bosbewoners onze planten lekker vonden enz. enz., maar uiteindelijk ontstond er toch een tuin waarin wij ons het hele jaar rond en in alle seizoenen goed voelen.

Een volgende uitdaging deed zich voor toen wij in 2002 een stuk ruig bosterrein konden kopen dat naast onze tuin gelegen was. De oppervlakte van de tuin werd hiermee verdubbeld (aan de zuidzijde!) en bovendien konden we een dertiental te groot en oud (en deels ziek) geworden douglassparren verwijderen waardoor huis en tuin nogal wat extra zonlicht kregen.

De uitdaging was natuurlijk om dit stuk terrein dusdanig te ontwikkelen dat het zou lijken alsof het altijd al bij onze tuin gehoord had. Een groot deel van het nieuwe terrein bestond uit een ooit gegraven bosvijver die door grondwater gevoed wordt. Door het nogal fluctuerende grondwaterpeil in deze streek kan de vijver in een droge en warme zomer bijna droogvallen, terwijl er in de winter meters water in kan staan. Toch kozen we ervoor de vijver te behouden en deze niet te dempen….ook met weinig water trekt het water ontelbare kikkers, padden, vogels, salamanders, libelles en andere dieren aan.

Voordat hier überhaupt van een soort bostuin gesproken kon worden dienden we met de hand honderden bramenstruiken te rooien en de wal met aarde (die ooit uit de vijver afkomstig was) te verplaatsen naar de voorzijde. Hier hadden we van de gekapte sparren een wal laten leggen waar de grond tegenaan kwam te liggen.
 


Door deze brede wal hebben we nu een mooi verval in onze tuin van enkele meters. In het bos lag al een prachtige natuurlijke moshelling en stonden diverse oude beuken. We maakten slingerpaden en probeerden het natuurlijke karakter zoveel mogelijk te behouden , maar deze toch ook naadloos over te laten gaan in de bestaande tuin. Groot was ook de voldoening dat al in het volgende seizoen bezoekers zich niet konden voorstellen dat het nieuwe gedeelte pas net bij de tuin gevoegd was!


 

 

terug naar boven